
tussen de palembang
zelfgemaakte lempers
en onuitgesproken gemis
loop ik rondjes
in het niet weten
aduh
opi verlangt
naar de warmte
biung is hij op zoek
heeft heimwee naar een land
dat niet meer is
een land waarvan
haar geschiedenis gewist
het zwijgen mijn erfenis
alsof iemand de
stilte nog bewaakt
begint bijna te lijken
alsof het niemand raakt
alsof we niet op zoek
waren, zijn, blijven naar senang
want generatie op generatie
rennen we er weg van
doen alsof we niks zien
zodat we het dan
misschien kunnen vergeten
doen alsof we niks weten
alsof daar niks gebeurd
alsof wij niks voelen
alsof of die trauma’s
geen harten heeft gekleurd
alsof toen wij daar waren
de kleur van je huid
niet uitmaakte
hoe je achternaam
of de kleur van je haar
konden bepalen
onder welke
daken jij zou slapen
of jouw familie een baboe had
waar je de oorlog doorbracht
en welk paspoort of
toekomstbeeld er in
jouw zak lag verscholen
en alsof
toen wij hier kwamen
de mensen niet keken
naar de kleur van ons indo’s
weggedreven uit de kolonie
van buiten leven naar
dagen op kantoor
een nieuw bestaan opbouwen
we moeten door
geen ruimte voor
heimwee, wrok of rouwen
het zwijgen mijn erfenis
alsof iemand de
stilte nog bewaakt
begint bijna te lijken
alsof het niemand raakt
alsof we niet op zoek waren,
zijn, blijven naar senang
want we kunnen wel
proberen te rennen van littekens
de pijn maskeren
maar wanneer zullen we leren
dat als ze onuitgesproken
de schaduw geplakt
zal blijven boven
onze hoofden
dus ik stel voor
dat we niet langer zwijgen
niet langer in de
door-onszelf-gesloten
gevangenis blijven
ik wil haar openbreken
dat we dingen kunnen bespreken
stoppen stil te lijden
dat we stoppen met dat
verdomde indische zwijgen
want alleen dan
kunnen we onszelf
en elkaar
echt bevrijden

Leave a Reply